Bekijk onze mobiele pagina
Wednesday 4 December 2013

Menken wil groot worden in E-commerce

'Menken aan Huis'

Amper een jaar geleden zette Leen Menken de eerste voorzichtige schreden op het glibberige e-commerce pad. Inmiddels weet de oprichter/directeur dat daar de toekomst ligt. Nieuwe klanten helpen Menken om uit te groeien tot een groot dienstverlener in de fijnmazige distributie voor webshops.

De Vegetarische Slager is sinds begin juli met zijn webshop klant bij Leen Menken. Andere online initiatieven, zoals De Krat, Streekbox en Madaga gingen dit bedrijf voor. Het foodservice dienstverleningsbedrijf stelt kratten met levensmiddelen samen voor particulieren, die bij de webshops hun keuze hebben gemaakt uit de beschikbare pakketten. Nu haalt Menken ongeveer 10 procent van de omzet uit online bezorgingen.

“Ik verwacht binnen vijf jaar dat we 100.000 adressen per week gaan bezoeken. Dan praat je over de helft van de business. Zeker nu je ziet dat steeds meer foodketens naar Nederland komen die restaurants openen, maar ook via internet bestellingen noteren voor zowel consumenten thuis als voor bijvoorbeeld kleine kantines – zeg maar business-to-small business”, stelt Leen optimistisch vast.

Vraagt de opstart hiervan veel investering?

“Ja, toch wel. Vooral in de kwaliteit van medewerkers van de afdeling customer service. Zij moeten zorgen dat ons belangrijkste onderscheidend vermogen, de fijnmazige distributie van levensmiddelen, geen deuk oploopt. Consumenten die een maaltijdpakket afnemen willen natuurlijk alle ingrediënten aangeleverd krijgen die nodig zijn om de maaltijd te bereiden. Vaak zit er een recept bij. Dan wil je niet alsnog naar de winkel om de ontbrekende producten te halen. Dus het luistert heel nauw. We zijn gewend om een hoge leverperformance te realiseren, ook onze andere klanten eisen dat van ons. Bovendien moet je de versproducten met zorg behandelen, zodat ze niet onbruikbaar aankomen. Veel logistiek dienstverleners beschouwen het fijnmazig distribueren als gepriegel in de marge. Wij niet, wij willen op dit punt excelleren. Dat vraagt investeringen, zeker in de beginfase. Aan de andere kant zijn we gewend om voor iedere klant die binnen komt apart te investeren in IT-systemen en in mensen. Veel activiteiten zijn dedicated. Maar voor e-fulfilment hebben we extra ons nek uitgestoken. Hoewel het omzetaandeel nog bescheiden is, heeft een kwart van onze mensen hier nu al werk aan.”

Zijn de processen intern gescheiden?

“Voor een deel wel. Maar we hebben alles onder één dak. Customer services activiteiten nemen echter sterk toe. Deze vorm van dienstverlening vraagt nu eenmaal meer aandacht en contact met opdrachtgevers. Hier hebben we inmiddels een aparte afdeling voor. In de uitvoering zijn ook wel veranderingen doorgevoerd en hebben we mensen specifiek opgeleid. Andere orderpickers zijn voor deze activiteit aan het werk elders in het warehouse. We hebben ook een apart orderpickgebied gemaakt met doorrolstellingen en zelfs met legbordstellingen als ware het een winkel.”

Dit is een nieuwe fase voor Menken – waar begon het?

“Ruim 25 jaar geleden zijn we hier gestart met een vers dc, met name voor babyvoeding van Nutricia, die destijds geen specialist op dit gebied kon vinden. Ik kom uit de zuivelindustrie, als beoogd opvolger in het familiebedrijf Menken Van Grieken - later opgegaan in Melkunie Campina. Negen jaar heb ik daar gewerkt en voordien als vakantiewerker. De fabriek stond in Wassenaar. Daar ben ik geboren. Mijn grootvader was oprichter. Hij stuurde een geboortekaartje van mij aan de aangesloten melkveehouders: ‘de continuïteit van het bedrijf is gewaarborgd’. Mijn vader voerde later de directie, samen met drie broers. Ik was niet altijd even blij met het stempel van opvolger. Kroonprins zijn heeft ook nadelen. Ik wilde liever meer de technische kant op, maar dat lag niet voor de hand. Na mijn studie heb ik eerst elders gewerkt, bij Coca-Cola in Frankrijk. Na militaire dienst zou ik voor hen in Amerika gaan werken. Maar mijn oom haalde mij voortijdig terug. Hij nam de leiding op zich van een inmiddels overgenomen limonadefabriek en vroeg mij in 1978 om tijdelijk zijn rol op te pakken, gericht op de gebouwen en op logistiek. Tijdelijk werd uiteindelijk negen jaar. Toen ben ik alsnog voor mezelf begonnen.”

Waarom was dat?

“Begin jaren tachtig trok Melk-unie een steeds groter deel van het aandelenpakket naar zich toe. Het werd steeds minder een familiebedrijf. In 1985 had Melkunie een meerderheidsbelang. Toen kwam er steeds meer invloed op het beleid, dat in mijn ogen niet ten goede kwam van het bedrijf. Het assortiment werd smaller, geld uit het bedrijf werd gebruikt om elders te investeren. Ik zag dat met lede ogen aan en besloot om wat anders op te starten. Ik wilde toch graag zelf een onderneming leiden.”

Waarom viel de keuze op logistiek?

“Daar ben ik altijd al veel mee bezig geweest, tijdens vakanties op de heftruck en als bijrijder op de vrachtwagen. Met mijn oom heb ik internationaal de nodige beurzen op logistiek gebied gezien. In 1987 vroeg Nutricia mij om hun grondstoffenmagazijn met verse producten te gaan opzetten. Vervolgens heb ik een businessplan gemaakt en grond aangekocht in Zoetermeer. Daar ben ik toen gaan bouwen, veel groter dan ik oorspronkelijk had gedacht. Want al gauw bleek dat er veel meer potentie was dan Nutricia alleen. Mijn eerste businessplan was eigenlijk te kleinschalig.”

Was er zoveel ruimte in de markt?

“Dit is een heel specifiek segment. De kwaliteitseisen zijn hoog, Nutricia had een flinke vinger in de pap. Zo’n nieuw dc moet volledig muisdicht zijn bijvoorbeeld. Vanuit mijn verleden in de zuivelsector was dat voor mij niet zo vreemd. Ik had een hele goede klik met Nutricia. Al gauw breidde het klantenbestand zich uit met versdistributie voor onder andere Hoogvliet en Gebr. De Jong. Daarna groeiden we hard met het invriezen van kipfilet voor de Britse markt. Maar dat was na een paar jaar voorbij. Nutricia verplaatste bedrijfsonderdelen, zoals Olvarit, naar het buitenland, zodat we daar afscheid van moesten nemen. Ondertussen hadden we al de nodige ervaring opgebouwd met het bevoorraden van foodservicebedrijven, zoals Burger King. Sinds 1995 werkten we voor hen, later voor ketens als Subway, KFC en Délifrance. Een belangrijke doorbraak was ook de dienstverlening voor cateraar Sodexo, opgestart in 2007. Van daaruit zijn we begonnen met het beleveren van gevangenissen. Nu groeien we vooral met onze e-fulfilmentactiviteiten.”

Dat alles zonder eigen transportmiddelen

“Ja, dat klopt. Puur als dienstverlener, maar dan wel één die het totale pakket aan kan bieden. Dus wij regelen voor een klant al het transport met onze vaste vervoerders. De auto’s en chauffeurs huren we in bij kleine transportbedrijven: Lelieveld uit Leidschendam en Koomen uit Buitenkaag in de Haarlemmermeer. Zij rijden met wagens in onze kleuren op negen vaste routes. Daarnaast zijn ook andere wagens voor ons onderweg. Bewust willen we liever niet investeren in transportmiddelen. Anderen zijn beter in het beheer daarvan, waar het gaat om de trucks, de banden, de brandstof en de chauffeurs, die overigens volledig voor ons werken.”

Dat gaat niet meer op voor het online deel van de business?

“We hebben inderdaad een proef lopen met bestelwagens op zonne-energie. Als dit werkt zullen we meer busjes aanschaffen. Nu rijden we op topdagen met dertig ingehuurde wagens. Het beleid is, dat we na verloop van tijd weer grotendeels afscheid nemen van de ingehuurde vervoersmiddelen, maar pas op het moment, dat er voldoende volume is en een constant ladingaanbod om zelf rendabel te kunnen zijn. We gaan eerst zelf ervaring opdoen met het op peil krijgen van de kwaliteit en kijken hoe dit werkt in stedelijke distributie.”

Want e-fulfilment gaat enorm groeien?

“Dat vertellen alle experts op dit gebied. Ik heb horen roepen, dat over tien jaar vijftig procent van het volume dat nu nog naar winkels gaat tegen die tijd rechtstreeks in online leveringen zal zijn omgezet. Dat gebeurt ook in de food, misschien minder omvangrijk dan elders, maar toch gaat dit een enorme verschuiving teweeg brengen. Daar willen wij een aanzienlijk deel van naar ons toehalen. Vorig jaar mei zijn we begonnen met Streekbox, die maaltijdpakketten met verse groente vanuit de streek ging distribueren. Dat komt dus allemaal van boeren uit de regio. We zijn gestart met twee klanten in Den Haag, nu doen we al 7.500 adressen per week in een gebied dat wij ‘groot Randstad’ noemen voor in totaal acht klanten, waaronder de onlangs toegetreden Vegetarische Slager en een bedrijf in biologische babyvoeding (toch weer!). De klanten groeien zelf in omvang, maar daarnaast denken we iedere maand een nieuwe klant te kunnen toevoegen aan dit netwerk. Dus dit groeit enorm.”

Dan zal de concurrentie ook snel toenemen

“Op dit specifieke punt zijn niet zoveel bedrijven actief. Meestal zijn ze gebonden aan één bedrijf of product, en verder heb je natuurlijk veel koeriersdiensten. Maar een integrale service met een landelijk netwerk op het gebied van koel/vries warehousing en fijnmazige distributie, dat zie je nog niet veel. Wij denken dat we daarin een belangrijke voorsprong hebben opgebouwd. Bovendien zie ik nog veel groei in het beleveren van restaurantketens met een gezamenlijke formule. Die formules komen naar Nederland en als ze daarna voldoende volume realiseren met veel afleveradressen, dan neemt de belangstelling voor het uitbesteden van logistiek snel toe. De crisis heeft wel even roet in het eten gegooid met minder restaurants dan gedacht, maar het aantal ketens groeit nog wel. Daar hebben we dus eveneens de focus op. “Eten en drinken blijven mensen doen”, zei mijn grootvader destijds al. Ook in een crisis. Maar de tijden zijn niet gemakkelijk. De marges staan onder druk. Opdrachtgevers slaan aan het tenderen, dat zie ik wel om me heen. Als je dan een commodity met weinig onderscheidend vermogen aanbiedt, wordt het lastig. Wij zijn vaak zo vervlochten met een opdrachtgever en zijn proces. Dat haal je niet zo gemakkelijk uit elkaar. Zolang wij maar de juiste service met een goede prijs en kwaliteit kunnen leveren.”


Zonnecollector als dak

Vorig jaar haalde Menken de Lean and Green Award. Daaraan ten grondslag lag de deelname aan een demonstratieproject gericht op het koelen van een bestelwagen met zonne-energie. De pilot loopt met Carrosseriefabriek Harderwijk. De resultaten zijn positief. Menken wil meer VW-busjes met een zonnepaneel op het dak in bedrijf nemen. Maar het liefst met de mogelijkheid om vriesproducten koud te houden. De investering betaalt zich (op termijn) terug door brandstofbesparing, maar ook door constante koeling zolang er daglicht is, zelfs als de motor van de wagen niet aan staat. Dat houdt de kwaliteit van de versproducten in de laadruimte langdurig op peil. De combinatie met elektrisch rijden lijkt ideaal, zodat wellicht de actieradius van de wagen kan worden vergroot. Verder heeft Menken sinds anderhalf jaar een andere koelinstallatie op ammoniak als natuurlijk koudemiddel. In het vriesmagazijn met verrijdbare stellingen draait nog een proef met LED-verlichting, waarover binnenkort een beslissing wordt genomen.

Bron: Logistiek Magazine


Nieuws

Leen Menken gaat logistieke...
lees meer
Maaltijdboxen zijn gewild,...
lees meer
Naturalicious brengt...
lees meer
Noordzeevis uit Scheveningen
lees meer
bekijk alle berichten

Leen Menken neemt prijs 'Ster van Zoetermeer' in ontvangst

Klik hier om het filmpje te bekijken